Veel voorkomende denkfouten

Psychiatrie

Mensen denken vaak op dezelfde wijze ook al zijn de gebeurtenissen verschillend. Dit wordt ook wel ‘denkfout’ genoemd. Hieronder volgt een lijst met veel voorkomende denkfouten. Je kunt bekijken of jouw automatische gedachten een of meer van de volgende denkfouten bevatten. Om het overzichtelijk te houden zijn de denkfouten ingedeeld in drie clusters:

  1. Angstig
  2. Betrekking op persoon
  3. Onlogisch denken


Cluster 1: Angstig

Rampdenken/overdrijven

Hiermee wordt bedoeld dat je bedenkt dat er verschrikkelijke rampen zullen gaan gebeuren, waarvan de gevolgen ondraaglijk zullen zijn. Men maakt iets erger en groter dan het is. Voorbeeld: “Ik voel me duizelig, dadelijk val ik nog dood neer!”

Kans overschatten

Hiervan is sprake als je de kans groter inschat dan in realiteit het geval is. Je overschat de kans dat er iets verschrikkelijks zal gaan gebeuren. Voorbeeld: “Als ik naar de supermarkt ga, krijg ik geheid een paniekaanval.”

Toekomst voorspellen

Hiermee wordt bedoeld dat je denkt te kunnen voorspellen wat de toekomst brengen gaat, bijvoorbeeld: “Als ik vanavond naar die verjaardag ga, zal ik me daar vast niet vermaken.”

100% zekerheid eisen

Hiermee wordt bedoeld dat, als je over mogelijke problemen nadenkt, je vervolgens niet verdraagt dat je geen absolute zekerheid hebt dat het probleem niet optreedt. Een voorbeeld: Denken dat je buikpijn betekent dat je darmkanker hebt, en dan 100% zekerheid eisen dat dit niet zo is.

Lage frustratietolerantie, niet verdragen van negatieve emoties

Denken een situatie of gebeurtenis absoluut niet te kunnen verdragen of uithouden. Een cliënt met een obsessieve compulsieve stoornis denkt het niet te kunnen verdragen als hem gevraagd zou worden de voordeur nog maar één keer te controleren in plaats van drie keer (zoals hij altijd doet). Een subassertieve cliënte geeft aan er niet tegen te kunnen, als (ze denkt dat) anderen boos op haar zijn.

Cluster 2: Betrekking op persoon

Personaliseren of personifiëren

Gebeurtenissen of gedrag van anderen worden sterk op de eigen persoon betrokken: mijn chef was natuurlijk chagrijnig omdat ik die fout heb gemaakt.

Onderschatten van eigen kunnen

Als je de kans kleiner inschat dat je zelf iets aan de situatie kunt doen, dan reëel is, dan spreken we van onderschatten van eigen kunnen. Voorbeeld: “Ik ga niet alleen reizen, want dat red ik nooit.”

Overmatige verantwoordelijkheid

Hiermee wordt de redenering bedoeld: “Als er iets gebeurt wat ik had kunnen voorkomen, is het dus mijn schuld dat het is gebeurd.” Voorbeeld: “Dat er bij ons ingebroken is, komt omdat ik het raampje boven heb laten openstaan.”

Externaliseren

Dit is eigenlijk het tegenovergestelde van iets op jezelf betrekken. Met ‘externaliseren’ wordt bedoeld dat je de schuld / oorzaak direct neerlegt buiten jezelf, zonder te kijken naar wat jij mogelijk zelf heeft bijgedragen in de situatie. Je hebt als het ware het idee dat de situatie je overkomt.

Cluster 3: Onlogisch denken

Labelen / overgeneraliseren

Aandacht gaat uit naar negatieve details. Er wordt snel een globaal, negatief oordeel over de eigen persoon geveld, zonder in ogenschouw te nemen dat het bewijs redelijkerwijs tot een minder desastreus oordeel zou kunnen leiden. Op grond van één ervaring worden overmatig negatieve conclusies getrokken. Sombere mensen beschouwen zichzelf bijvoorbeeld meteen als loser of mislukkeling als iets niet lukt.

Denken = doen

Hiermee wordt bedoeld dat je een gedachte over iets wat niet mag als net zo slecht beoordeelt als wanneer je dit echt zou uitvoeren. Bijvoorbeeld: De gedachte ‘Dadelijk plak ik mijn kind nog achter het behang’ als net zo slecht beschouwen als het daadwerkelijk doen.

Moeten

Van moeten is sprake als je heel sterke normen hebt en eist dat de wereld deze respecteert. Bijvoorbeeld: “Als ik vertel over mijn bezoekje aan de drogist, zou mijn partner daar gewoon geïnteresseerd naar moeten luisteren!”

Zwart-wit denken

Hiermee wordt bedoeld dat je denkt in uitersten, in alles – of – niets categorieën. Voorbeeld: “Mijn vorige therapeut kon er helemaal niets van, en die instelling waar hij werkte deugde trouwens ook helemaal niet. Gelukkig heb ik nu een supergoeie therapeut, en PsyQ is het beste wat me ooit overkomen is!”

Gedachten lezen

Hierbij vul je voor een ander in hoe hij/zij over je zal denken. Bijvoorbeeld: “In de ogen van mijn collega kan ik nooit iets goed doen, zij heeft vast de pik op mij.”

Emotioneel redeneren

Hiermee wordt bedoeld dat je denkt dat iets zo is, omdat het nou eenmaal zo voelt. Een voorbeeld: “Ja, ik zit er natuurlijk nooit bij als die twee overbuurvrouwen het over me hebben, maar ik voel gewoon dat het zo is!”

Dubbele standaard hanteren of met twee maten meten

Voor de eigen persoon rigide, strenge regels hanteren, die voor anderen niet gelden. De perfectionistisch ingestelde cliënt vindt zichzelf een mislukkeling als hij een fout maakt, terwijl hij als een collega dezelfde fout zou maken de gedachte hanteert: ‘dat kan iedereen wel eens overkomen’.

Delen:

Plaats een reactie